ECLI:NL:RBROE:2009:BH1426
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs onthouden nodige verzorging aan pony’s
De politierechter te Roermond behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk onthouden van de nodige verzorging aan ongeveer 30 pony’s, waaronder het niet voortdurend beschikbaar stellen van voldoende drinkwater in de periode van 22 tot 25 juni 2008.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat verdachte de pony’s regelmatig van water voorzag, maar door fysieke vermoeidheid op 23 juni 2008 een keer niet meer kon bijvullen. De pony’s hadden van 18.00 uur op 23 juni tot circa 8.40 uur op 24 juni geen drinkwater. De politierechter oordeelde dat deze incidentele periode onvoldoende is om te spreken van opzettelijk onthouden van verzorging, mede gelet op het feit dat de totale waterbehoefte in principe werd gedekt door de aanwezige badkuipen.
De verdediging voerde aan dat het criterium van voortdurend beschikbaar drinkwater niet wettelijk is vastgelegd en in de praktijk niet altijd haalbaar is. De rechter vond onvoldoende bewijs dat verdachte de verzorging opzettelijk heeft onthouden en sprak hem vrij. Ook eerdere soortgelijke situaties werden niet als doorslaggevend beschouwd.
De uitspraak bevestigt dat incidentele tekortkomingen in verzorging niet automatisch leiden tot strafrechtelijke aansprakelijkheid zonder bewijs van opzet of structurele nalatigheid.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk onthouden van de nodige verzorging aan pony’s.