ECLI:NL:RBROE:2009:BH3356
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor wegens gezag van gewijsde en schending procesorde
Tussen [DL] B.V. en [belanghebbenden] bestaat een geschil over meerwerk in een aannemingsovereenkomst. In een eerdere bodemprocedure oordeelde de rechtbank dat [DL] B.V. een vervalst exemplaar van een bijlage bij de overeenkomst had getoond, wat leidde tot niet-ontvankelijkheid van [DL] B.V. wegens schending van artikel 21 en Pro 85 Rv en de beginselen van een behoorlijke procesorde.
[DL] B.V. verzocht om een voorlopig getuigenverhoor, maar [belanghebbenden] voerden aan dat dit verzoek in strijd is met het gezag van gewijsde van het eerdere vonnis en dat er sprake is van misbruik van procesrecht. De rechtbank overwoog dat het verzoek geen belang meer dient omdat het geschil reeds inhoudelijk is beslecht en dat het verzoek afstuit op het gezag van gewijsde zoals bedoeld in artikel 236 Rv Pro.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor moet worden afgewezen en veroordeelde [DL] B.V. tot betaling van de proceskosten aan [belanghebbenden].
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens gezag van gewijsde en schending van de procesorde.