ECLI:NL:RBROE:2009:BH7427
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens schending procesorde bij vervolging zeer jeugdige minderjarige
De rechtbank Roermond behandelde een zaak waarin een zeer jeugdige minderjarige werd vervolgd voor het aanzetten tot ontuchtige handelingen jegens kleuters. De officier van justitie was overgegaan tot dagvaarding zonder de in het dossier aanwezige filmbeelden te bekijken, ondanks dat deze beelden cruciaal waren voor de beoordeling van de ernst van de gedragingen.
De rechtbank benadrukte dat bij vervolging van minderjarigen de grootst mogelijke zorgvuldigheid moet worden betracht, conform de beginselen van goede procesorde en de artikelen 3 en 40 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK). De belangen van het kind moeten voorop staan en de behandeling mag geen afbreuk doen aan diens waardigheid en eigenwaarde.
De officier van justitie had ter onderbouwing van de dagvaarding rapporten van een districtspsychiater en de Raad voor de Kinderbescherming, die het gedrag kwalificeerden als leeftijdsgebonden experimenteergedrag. Desondanks werd besloten tot vervolging zonder de filmbeelden te bekijken en zonder overleg met deskundigen.
De rechtbank oordeelde dat dit een ernstige schending van de beginselen van goede procesorde is en dat de belangen van de verdachte daardoor ernstig zijn geschaad. Daarom verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de minderjarige verdachte.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens ernstige schending van de beginselen van goede procesorde bij vervolging van een zeer jeugdige minderjarige.