ECLI:NL:RBROE:2009:BH9004
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medewerking omgangsregeling na weigering kinderen
De man vordert een bevel tot medewerking van de vrouw aan de omgangsregeling met hun drie kinderen, die na jaren geen omgang meer willen. De vrouw werkt mee, maar de kinderen weigeren uit eigen beweging contact met hun vader.
De rechtbank constateert een zeer slechte verstandhouding tussen de ouders en mogelijke beïnvloeding van de kinderen door de vrouw. De man legt de schuld volledig bij de vrouw en houdt onvoldoende rekening met zijn eigen aandeel en de gevoelens van de kinderen.
De rechtbank oordeelt dat de vrouw feitelijk meewerkt en dat een bevel tot medewerking niet gerechtvaardigd is. Verdere vorderingen tot wijziging van de omgangsregeling zijn niet geschikt voor kort geding en dienen in een bodemprocedure behandeld te worden.
De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De rechtbank benadrukt dat gedwongen omgang met onwillige kinderen niet haalbaar is en dat hulp van Bureau Jeugdzorg passend is.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot medewerking aan de omgangsregeling af en compenseert de proceskosten.