ECLI:NL:RBROE:2009:BI4881
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijf gesloten jeugdzorg na positieve ontwikkeling minderjarige
De zaak betreft een verzoek van de stichting Bureau Jeugdzorg Limburg tot verlenging van de plaatsing van een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. De minderjarige is ondertoezicht gesteld en verblijft bij Icarus, waar zij goed functioneert en vooruitgang boekt op school en in haar persoonlijke ontwikkeling.
De kinderrechter constateert dat hoewel er nog opgroei- en opvoedingsproblemen zijn, deze niet zodanig zijn dat een verlenging van de gesloten jeugdzorg gerechtvaardigd is. Zowel de minderjarige als haar vader hebben hun bereidheid uitgesproken om de noodzakelijke hulp in de thuissituatie te accepteren. De vader zal bovendien begeleid worden met IAG of MST om de thuisplaatsing te ondersteunen.
Op grond van artikel 29b, derde lid, van de Wet op de jeugdzorg, dat stelt dat een machtiging tot gesloten jeugdzorg alleen kan worden verleend bij ernstige problemen die de ontwikkeling ernstig belemmeren en om te voorkomen dat de minderjarige zich aan zorg onttrekt, concludeert de kinderrechter dat deze voorwaarden niet langer aanwezig zijn.
De kinderrechter wijst daarom het verzoek tot verlenging van de gesloten plaatsing af en acht een terugkeer naar de thuissituatie bij de vader in het belang van de minderjarige. De uitspraak is gedaan op 27 mei 2009 en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de gesloten plaatsing wordt afgewezen en de minderjarige kan terugkeren naar de thuissituatie bij haar vader.