ECLI:NL:RBROE:2009:BI4898
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Aanhouding verzoek tot machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens noodzaak ambulante hulpverlening
De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg heeft op 3 februari 2009 een verzoek ingediend tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die onder toezicht staat tot 20 december 2009. Tijdens de mondelinge behandeling op 17 februari 2009 verschenen de minderjarige, haar ouders, hun advocaten, de gezinsvoogdes en een hulpverlener van Rubicon.
De gezinsvoogdes verklaarde dat uit een persoonlijkheidsonderzoek blijkt dat de minderjarige een 24-uurs behandeling nodig heeft, die niet in de thuissituatie kan worden geboden. De ambulante hulpverlening, gestart op 5 januari 2009, is volgens de hulpverlener kansrijk maar nog in een beginfase. Moeder verblijft met de kinderen in een chalet en staat ingeschreven voor een woning. De relatie van moeder met haar ex-partner blijft zorgelijk.
De advocaat van moeder verzocht aanhouding van het verzoek om de ambulante hulpverlening een kans te geven. Vader steunt het verzoek en biedt aan de kinderen op te vangen bij uithuisplaatsing. De minderjarige zelf gaf aan het liefst bij moeder te willen blijven, anders bij vader.
De kinderrechter is niet overtuigd dat andere middelen dan uithuisplaatsing ontbreken en besluit de behandeling aan te houden tot uiterlijk 17 mei 2009. Er wordt een verslag van de hulpverlener en een rapportage van de gezinsvoogdes verwacht. Een nadere zitting wordt gepland op 12 mei 2009.
Uitkomst: De kinderrechter houdt het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing aan voor drie maanden om de resultaten van ambulante hulpverlening af te wachten en meer duidelijkheid te verkrijgen over de thuissituatie.