ECLI:NL:RBROE:2009:BI4899
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uithuisplaatsing minderjarige ondanks zorgen over thuissituatie
De zaak betreft een verzoek van de stichting Bureau Jeugdzorg Limburg tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die onder toezicht staat van de stichting tot 20 december 2009. Hoewel de thuissituatie bij de moeder niet zonder zorgen is, oordeelt de kinderrechter dat de maatregel van ondertoezichtstelling voldoende is om de bedreigde ontwikkeling van de minderjarige te keren.
De stichting handhaaft haar verzoek ondanks een ogenschijnlijke verbetering in de thuissituatie, waarbij de moeder open en eerlijk lijkt. Uit gesprekken met de kinderen blijkt echter dat de moeder hen belast met het bewaren van geheimpjes en haar prioriteiten niet altijd bij het belang van de minderjarige liggen, vooral als er een nieuwe partner in beeld is. De moeder ontkent het hebben van een nieuwe partner, maar de stichting baseert haar vermoedens op informatie van de kinderen.
De kinderrechter constateert dat er geen duidelijkheid is over de afspraken tussen de gezinsvoogd en de moeder en welke afspraken eventueel zijn geschonden. De positieve ontwikkelingen, zoals het beëindigen van de relatie met de vorige partner, zelfstandige woonruimte en actieve arbeidsdeelname van de moeder, wegen mee. De minderjarige geeft aan liever bij de vader te wonen als uithuisplaatsing toch noodzakelijk is.
Gezien deze omstandigheden is de kinderrechter niet overtuigd dat een uithuisplaatsing noodzakelijk is en wijst het verzoek van de stichting af. De beslissing is genomen tijdens een openbare zitting op 20 mei 2009.
Uitkomst: Het verzoek tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt afgewezen; de ondertoezichtstelling blijft van kracht.