ECLI:NL:RBROE:2009:BJ4342

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
31 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04/856391-09
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak en onbevoegdverklaring in diefstalzaken wegens minderjarigheid en onvoldoende bewijs

De rechtbank Roermond behandelde een zaak tegen een verdachte die werd verdacht van twee diefstallen: het wegnemen van een laptop uit een woning en het stelen van een personenauto. Ten aanzien van het eerste feit, gepleegd toen de verdachte 17 jaar was, verklaarde de rechtbank zich onbevoegd omdat de verdachte ten onrechte als meerderjarige was gedagvaard.

Voor het tweede feit, de diefstal van een auto, oordeelde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was. Hoewel DNA van de verdachte op een peuk in de auto werd aangetroffen, vond de rechtbank dit niet voldoende om wettig en overtuigend bewijs te leveren van betrokkenheid bij de diefstal.

De officier van justitie had gevorderd dat de verdachte voor het tweede feit vrijgesproken zou worden, wat de rechtbank volgde. De rechtbank verklaarde zich dus onbevoegd voor het eerste feit en sprak de verdachte vrij van het tweede feit.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor de diefstal gepleegd toen verdachte minderjarig was en spreekt verdachte vrij van de diefstal van de auto wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Sector strafrecht
Parketnummer : 04/856391-09
Datum uitspraak : 31 juli 2009
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,
in de zaak tegen:
[verdachte 7],
[geboortedatum en plaats],
[adres en woonplaats] ,
thans gedetineerd
1. Het onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 juli 2009 en 17 juli 2009.
2. De tenlastelegging
De verdachte staat terecht ter zake dat:
1.
hij op of omstreeks 04 februari 2008 te Steyl, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de
[adres], heeft weggenomen een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 19], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn
mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
(zaak 38)
(art 311 Wetboek Pro van Strafrecht)
2.
hij in of omstreeks de nacht van 1 op 2 november 2008 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft
weggenomen een personenauto, merk Daihatsu, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 21], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of
zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door midel van braak en/of verbreking en/of door middel van een valse
sleutel;
(zaak 39)
(art. 311 Wetboek Pro van Strafrecht)
Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.
3. De geldigheid van de dagvaarding
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.
4. De bevoegdheid van de rechtbank
Ten aanzien van feit 1
Blijkens de aanhef van de dagvaarding is verdachte niet als minderjarige verdachte maar als als meerderjarige verdachte gedagvaard om op 14 juli 2009 te 13.00 uur te verschijnen ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank. Verdachte is op 6 mei 1990 geboren en was ten tijde van het plegen van het onder 1 tenlastegelegde feit 17 jaar oud.
Op grond van het van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte ten aanzien van het onderhavige feit als een minderjarige verdachte gedagvaard had moeten worden. Nu zulks niet is gebeurd is de rechtbank krachtens wettelijke bepalingen niet bevoegd om van het onder 1 ten laste gelegde kennis te nemen.
De rechtbank is krachtens wettelijke bepalingen wel bevoegd kennis te nemen van het onder 2 tenlastegelegde feit.
5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.
6. Schorsing der vervolging
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
7. Bewijsoverwegingen
7.1. Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 14 juli 2009 gevorderd dat
de verdachte ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde feit.
7.2. Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is ten laste gelegd. De enkele omstandigheid dat verdachtes DNA is aangetroffen op een peuk in de gestolen auto is op zich onvoldoende om betrokkenheid bij de diefstal van deze auto te bewijzen.
De verdachte moet dan ook van feit 2 worden vrijgesproken.
8. Beslissing
De rechtbank:
verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het sub 1 ten laste gelegde;
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het sub 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;
Vonnis gewezen door mrs. M.J.A.G. van Baal, Y.J.C.A. Roeffen en
M.J.H. van den Hombergh, rechters, van wie mr. M.J.A.G. van Baal voorzitter, in
tegenwoordigheid van mr. P.C.M. Müller als griffier en uitgesproken ter
openbare terechtzitting van de rechtbank op 31 juli 2009.