ECLI:NL:RBROE:2009:BJ6405
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning eenhoofdig ouderlijk gezag aan vader na langdurige verzorging en opvoeding
De vader verzoekt de rechtbank om het eenhoofdig ouderlijk gezag over zijn twee minderjarige kinderen toe te kennen, aangezien hij deze sinds april 2004 verzorgt en opvoedt. De kinderen wonen bij hem, zijn daar ingeschreven en gaan daar naar school. De moeder oefent momenteel het gezag uit, maar werkt niet vrijwillig mee aan een gezagswijziging. De relatie tussen de ouders is ernstig verstoord, waardoor gezamenlijk gezag niet haalbaar wordt geacht.
De rechtbank weegt mee dat de kinderen sinds 2005 onder toezicht staan en dat de ondertoezichtstelling in december 2009 afloopt. Om discussie over de verblijfplaats na het einde van deze maatregel te voorkomen, acht de rechtbank het in het belang van de kinderen om de feitelijke situatie juridisch te formaliseren. De gezinsvoogdes en de raad voor de kinderbescherming ondersteunen het verzoek van de vader.
De moeder verzet zich tegen het eenhoofdig gezag, omdat zij betrokken wil blijven bij de opvoeding en hoopt op verbetering van de omgang. De rechtbank oordeelt echter dat de ouders niet in staat zijn gezamenlijk beslissingen te nemen en dat de verstoorde communicatie niet zal verbeteren. Daarom is gezamenlijk gezag niet wenselijk.
De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de vader, waardoor hij onder meer het recht krijgt de verblijfplaats van de kinderen te bepalen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het vonnis kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de vader over de minderjarige kinderen.