ECLI:NL:RBROE:2009:BJ8995

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
28 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/966
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 6:5 AwbArt. 8:42 AwbArt. 8:70 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens ontbreken rechtstreeks belang bij bouwvergunning schutterijgebouw

Eiser maakte bezwaar tegen de bouwvergunning met vrijstelling voor het oprichten van een schutterijgebouw, schietmasten en opslagcontainer. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser op 500 à 600 meter afstand woont en geen rechtstreeks belang heeft bij het besluit.

Eiser verwees naar milieuprocedures waarin hij wel als belanghebbende werd aangemerkt, met name vanwege geluidsoverlast en vrees voor calamiteiten door parkeeroverlast. De rechtbank oordeelde echter dat deze belangen voornamelijk milieurechtelijk van aard zijn en niet relevant voor de bouwvergunningprocedure.

Gezien het gebrek aan zicht op het gebouw, de afstand en de ruimtelijke uitstraling concludeerde de rechtbank dat eiser niet rechtstreeks in zijn belangen wordt getroffen. De vrees voor toename van parkeerdruk en calamiteiten werd niet aannemelijk gemaakt.

Daarom was het besluit van verweerder om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen rechtstreeks belang heeft bij het bouwvergunningsbesluit.

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Sector bestuursrecht, enkelvoudige kamer
Procedurenummer: AWB 09 / 966
Uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:70 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
inzake
[eiser] te [woonplaats], eiser,
gemachtigde mr. J.M. Smits
tegen
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Maasbree, verweerder.
1. Procesverloop
1.1. Bij besluit van 4 juni 2009 heeft verweerder het bezwaar van eiser, gericht tegen het besluit van 16 december 2008 tot het verlenen van een bouwvergunning met vrijstelling voor onder andere het oprichten van een lokaal van de [vergunninghouder] te [woonplaats], niet-ontvankelijk verklaard.
1.2. De stukken en het verweerschrift, die verweerder ter uitvoering van artikel 8:42 van Pro de Awb heeft ingezonden, zijn aan de gemachtigde van eiser gezonden.
1.3. Bij de behandeling van het beroep ter zitting van de rechtbank op 16 september 2009 is eiser verschenen, bijgestaan door mr. Smits, voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordiger].
2. Overwegingen
2.1. Bij besluit in primo van 16 december 2008 (verzonden 17 december 2008) heeft verweerder een bouwvergunning met vrijstelling verleend aan de [vergunninghouder] voor het verplaatsen van de [vergunninghouder] naar de locatie [straatnaam] (ong.) te Maasbree. De vergunning is verleend voor het oprichten van een schutterslokaal, 5 schietmasten en een opslagcontainer.
2.2. Nadat eiser hiertegen bezwaar had gemaakt, heeft verweerder dit bezwaar -onder overname van en verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie- bij besluit van 4 juni 2009 niet-ontvankelijk verklaard met als reden dat eiser op dermate ruime afstand van het gebouw woonachtig is dat hij niet rechtstreeks in zijn belangen wordt getroffen.
2.3. In beroep verwijst eiser naar de -aangevochten besluiten in- de milieuprocedure, in het kader waarvan hij wél als belanghebbende is aangemerkt. Eiser meent om die reden dat hij ook bij het besluit tot het verlenen van de onderhavige bouwvergunning als belanghebbende dient te worden beschouwd. Ter zitting is namens eiser desgevraagd nog aangegeven dat het hem met name te doen is om de gevolgen die hij van de vestiging van de [vergunninghouder] aldaar ondervindt, waar het gaat om geluid en de vrees voor calamiteiten vanwege geparkeerde auto’s die op en langs de openbare wegen in de omgeving staan waardoor hulpdiensten mogelijk het gebied lastiger kunnen bereiken.
2.4. De rechtbank dient op basis van de aangevoerde beroepsgronden te beoordelen of het bestreden besluit in strijd is met het geschreven of ongeschreven recht dan wel met enig algemeen rechtsbeginsel.
2.5. Allereerst merkt de rechtbank op dat tussen partijen niet ter discussie staat dat eiser op een afstand van 500 à 600 meter van het gebouw van de [vergunninghouder] woont en niet of nauwelijks zicht daarop heeft, ook omdat -zoals uit een ter zitting overgelegde foto blijkt- tijdens een deel van het jaar sprake is van (maïs)begroeiing op de tussengelegen landbouwgrond. Op grond van het zogeheten zicht- en afstandscriterium heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank dan ook terecht aangenomen dat eiser geen belang heeft dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. Ook de ruimtelijke uitstraling van het [gebouw] is niet zodanig dat eiser daardoor direct in zijn belang wordt geschaad. Eveneens wordt in aanmerking genomen dat, gelet op de onderlinge afstand, niet aannemelijk kan worden geacht dat de parkeerdruk in eisers directe omgeving zal toenemen ten gevolge van de realisering van het gebouw (verwezen wordt onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 februari 2009, LJN: BH3216), waarbij de vrees voor calamiteiten en verminderde bereikbaarheid door parkeeroverlast in dat kader niet aannemelijk is gemaakt. Ook het feit dat eiser in de milieurechtelijke procedures wel als belanghebbende is aangemerkt, maakt niet dat hij om die reden ook in de onderhavige bouwvergunningprocedure als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb moet worden beschouwd, waarbij de rechtbank overweegt dat het in de eerstgenoemde procedure(s) volgens vaste jurisprudentie met name gaat om de vraag of aannemelijk is dat er milieugevolgen kunnen worden ondervonden, terwijl in de onderhavige (bouw)procedure de reeds eerder vermelde criteria als zicht, afstand en ruimtelijke uitstraling een rol spelen. Nu eiser ter zitting nogmaals heeft benadrukt dat het hem gaat om de gevolgen van het besluit, met name wat betreft geluid, is dit voor de rechtbank temeer een reden om te concluderen dat dit met name belangen zijn die tot de milieurechtelijke sfeer behoren.
2.6. Het bovenstaande overziende, is de rechtbank van oordeel dat verweerder het bezwaar van eiser terecht en op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard nu niet is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan eiser als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb kan worden aangemerkt.
2.7. Het beroep wordt dan ook ongegrond verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, in tegenwoordigheid van C.M.E. Geraedts als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2009
w.g. C.M.E. Geraedts,
griffier w.g. mr.drs. E.J. Govaers,
rechter
Voor eensluidend afschrift:
de griffier,
Verzonden op: 28 september 2009
Een belanghebbende en het bestuursorgaan kunnen tegen deze uitspraak, waarin het beroep ongegrond is verklaard, binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Ingevolge artikel 6:5 van Pro de Awb bevat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak en moet een afschrift van de uitspraak bij het beroepschrift worden overgelegd.