ECLI:NL:RBROE:2009:BK2840
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op executie en opheffing executoriaal beslag op onroerende zaken wegens belangenafweging
De zaak betreft een kort geding tussen eiser en Rabobank c.s. en andere gedaagden over executie van hypothecaire zekerheden en beslag op onroerende zaken. Eiser vordert een verbod op executie en opheffing van het beslag dat door gedaagden sub 3, 4 en 5 is gelegd, omdat de executie zijn bedrijfsvoering ernstig zou schaden.
De feiten betreffen hypothecaire zekerheden verstrekt door eiser en zijn broer, die door een strafrechtelijke veroordeling niet heeft voldaan aan schadevergoedingsverplichtingen. Gedaagden sub 3, 4 en 5 hebben conservatoir beslag gelegd en executie aangekondigd. De Rabobank c.s. is hypotheekhouder en gedwongen tot executie bij voortzetting door gedaagden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de executiewaarde van de onroerende zaken lager is dan de vordering van Rabobank c.s., waardoor executie zinloos is en eiser onevenredig wordt benadeeld. Gedaagden maken misbruik van executiebevoegdheid. Daarom wordt het executierecht van Rabobank c.s. beperkt en wordt gedaagden sub 3, 4 en 5 verboden tot executie over te gaan. Het beslag wordt opgeheven en doorgehaald. De vordering tot dwangsommen wordt deels toegewezen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verbod op executie en de opheffing van het executoriaal beslag worden toegewezen met dwangsommen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.