ECLI:NL:RBROE:2009:BK3372

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
10 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
246635 \ CV EXPL 09-2987
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F.R. Soutendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek zorgverzekeraar tot betaling afgewezen wegens onvoldoende bewijs opeisbaarheid vordering

De zorgverzekeraar vordert betaling van een premieachterstand van de verzekerde, die een betalingsregeling had getroffen. De verzekerde voert verweer dat de procedure prematuur is omdat de betalingsregeling nog loopt.

De kantonrechter stelt vast dat de zorgverzekeraar onvoldoende heeft gesteld waaruit blijkt dat de vordering opeisbaar is. De verwijzing naar een onderhandse akte en een specificatie bij een brief zijn onvoldoende onderbouwd. Tevens ontbreekt een duidelijk overzicht van betalingen en openstaande premies.

De kantonrechter oordeelt dat de zorgverzekeraar de verzekerde onduidelijk en versnipperd benadert via verschillende incassotrajecten, wat het risico op misverstanden vergroot. Dit risico komt voor rekening van de zorgverzekeraar.

Daarom wordt de zorgverzekeraar niet ontvankelijk verklaard in haar vordering en veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De zorgverzekeraar wordt niet ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens onvoldoende bewijs van opeisbaarheid en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Sector kanton
Zaaknummer: 246635 \ CV EXPL 09-2987
Vonnis van de kantonrechter te Roermond d.d. 10 november 2009
in de zaak van:
de onderlinge waarborgmaatschappij OWM Centrale Zorgverzekeraars Groep, Zorgverzekeraar U.A., gevestigd te Tilburg,
eiseres,
gemachtigde: Jeukens en Buttolo Gerechtsdeurwaarders,
tegen:
[gedaagde], wonende te [woonplaats] aan de [adres],
gedaagde,
gemachtigde: mr. H.J.W. Weekers,
GPD toevoeging nummer 1ER4093.
1. Het verloop van de procedure
1.1. Dit blijkt uit het navolgende:
- de inleidende dagvaarding;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de conclusie van repliek met producties;
- de conclusie van dupliek.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De vaststaande feiten
2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan: Eiseres heeft met gedaagde een zorgverzekeringsovereenkomst afgesloten. Gedaagde heeft een achterstand in de betaling van de voor deze verzekering verschuldigde premie laten ontstaan. Op enig moment hebben partijen een betalingsregeling getroffen in die zin dat gedaagde een bedrag van EUR 70,00 afbetaalt op de achterstand.
3. Het geschil
3.1. Eiseres heeft op gronden als omschreven in de dagvaarding gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagde tot betaling aan eiseres van de bedragen en rente als in de dagvaarding vermeld, kosten rechtens.
Gedaagde heeft verweer gevoerd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling van het geschil
4.1. Het verweer van gedaagde komt er op neer dat hij van mening is dat eiseres prematuur is overgegaan tot het entameren van deze procedure nu partijen een betalingsregeling hebben getroffen. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de betalingsregeling, welke volgens eiseres is neergelegd in een onderhandse akte van 26 februari 2009 (productie 1 bij antwoord) geen betrekking heeft op het in deze zaak gevorderde bedrag. Dit blijkt volgens eiseres ook uit de specificatie bij de brief van PRC Gerechtsdeurwaarders & Incasso van 8 juli 2009.
4.2. De kantonrechter is van oordeel dat eiseres volstrekt onvoldoende heeft gesteld op grond waarvan haar opeisbaar vorderingsrecht zou blijken. Dat sprake is van een achterstand in de premiebetaling is duidelijk. Dit wordt ook niet door gedaagde ontkend. Gedaagde beroept zich op een getroffen betalingsregeling. Eiseres bevestigt dat er een betalingsregeling is getroffen en verwijst naar een onderhandse akte. De kantonrechter stelt vast dat het bewuste stuk waarnaar eiseres verwijst een opgave van inkomen en uitgaven van gedaagde betreft en een machtiging tot automatische incasso. Ook kan de kantonrechter niet volgen waarop eiseres haar stelling baseert dat uit de bij de brief van 8 juli 2009 gevoegde specificatie blijkt dat de betalingsregeling geen betrekking heeft op het in de onderhavige zaak gevorderde bedrag. Uit deze brief blijkt duidelijk dat er al vier betalingen zijn verwerkt echter waarop deze betalingen zijn afgeboekt blijft een raadsel. De conclusie van eiseres dat de betalingsregeling geen betrekking heeft op het in deze zaak gevorderde bedrag kan de kantonrechter dan ook niet volgen. Ook blijkt niet uit de stukken dat gedaagde deze regeling niet meer nakomt op grond waarvan de betalingsregeling zou zijn vervallen. Eiseres kiest er kennelijk voor om in drie verschillende trajecten (debiteurenbeheer CZ, PRC Gerechtsdeurwaarders & Incasso en Jeukens en Buttolo Gerechtsdeurwaarders) gedaagde te bestoken met correspondentie over dezelfde zorgverzekering. Dit werkt het risico in de hand dat er langs elkaar heen wordt gewerkt en het voor de wederpartij niet meer duidelijk is wie zich over welk deel van de openstaande premie bekommert. Dit risico kan in elk geval niet aan gedaagde worden toegerekend en komt geheel en al voor rekening van eiseres die zich immers van een dergelijke praktijk bedient. Daarnaast ontbreekt een duidelijk op datum gerangschikt overzicht van de verschuldigde premies en de daarop door gedaagde gedane en door eiseres verwerkte betalingen. Eiseres zal daarom, niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.
4.3. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
5. De beslissing
5.1. Verklaart eiseres niet ontvankelijk in haar vordering.
5.2. Veroordeelt eiseres in de proceskosten aan de zijde van gedaagde geval¬len en tot aan dit vonnis begroot op EUR 300,00.
5.3. Veroordeelt eiseres van vorenstaande kostenveroordeling te voldoen aan de griffier van de rechtbank Roermond (bankrekening 19.23.25.884 t.n.v. Arrondissement 544 Roermond):
- wegens salaris van de gemachtigde van gedaagde EUR 300,00
5.4. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.R. Soutendijk, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 10 november 2009 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.