ECLI:NL:RBROE:2009:BK3969
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 71 EG-verordening 1408/71 op recht op werkloosheidsuitkering grensarbeider
Eiser, woonachtig in Nederland, is sinds 1996 in dienst bij een Duitse werkgever. Na het bereiken van de maximale duur van 78 weken Krankengeld stopte hij met werken, maar zijn arbeidsovereenkomst bleef bestaan. Hij vroeg een Nederlandse WW-uitkering aan, die werd afgewezen omdat hij volgens verweerder gedeeltelijk werkloos was en recht had op uitkering in het werkland Duitsland.
Eiser voerde aan dat hij volledig werkloos was omdat hij geen loon meer ontving en geen passende arbeid werd aangeboden. De rechtbank onderzocht de uitleg van artikel 71 van Pro EG-verordening 1408/71 en concludeerde dat het formele criterium van het bestaan van een contractuele arbeidsverhouding leidend is voor gedeeltelijke werkloosheid.
Hoewel jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Centrale Raad van Beroep een meer materiële benadering kent, acht de rechtbank het formele criterium van de Administratieve Commissie het meest praktisch en rechtszekerheid bevorderend. Omdat de arbeidsovereenkomst voortduurt en de Duitse wet passende arbeid voorschrijft, is eiser gedeeltelijk werkloos en heeft hij geen recht op Nederlandse WW-uitkering.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen kosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser gedeeltelijk werkloos is en geen recht heeft op Nederlandse werkloosheidsuitkering.