ECLI:NL:RBROE:2009:BK6401

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
9 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 09 / 1733
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:10 WroArt. 8:81 AwbArt. 8:26 lid 1 AwbArt. 8:83 AwbArt. 46 lid 6 Woningwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen projectbesluit multifunctionele accommodatie Arcen

Op 28 oktober 2009 stelde het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Arcen en Velden een projectbesluit vast voor de realisatie van een multifunctionele accommodatie (MFA) te Arcen. Verzoekers, bewoners uit de omgeving, stelden beroep in tegen dit besluit en verzochten tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat de beoordeling van het projectbesluit zich beperkt tot niet-bouwvergunningplichtige activiteiten, zoals de aanleg van wegen, paden en parkeerplaatsen, conform artikel 46, zesde lid, van de Woningwet. Verzoekers voerden aan dat de realisatie van parkeerplaatsen prematuur is omdat er nog geen onherroepelijke bouwvergunning is. De rechter stelde vast dat deze parkeerplaatsen buiten het projectbesluit vallen en dat de planologische toelaatbaarheid via een onherroepelijke herziening van het bestemmingsplan al is geregeld.

De overige beroepsgronden van verzoekers betroffen bouwactiviteiten en kunnen alleen in bezwaar- en beroepsprocedures tegen de bouwvergunning worden beoordeeld. De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen spoedeisend belang is dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt en wees het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het projectbesluit voor de MFA te Arcen wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Sector bestuursrecht
Procedurenummer: AWB 09 / 1733
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
inzake
[naam verzoeker 1] en [naam verzoeker 2] te [woonplaats verzoekers], verzoekers,
tegen
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Arcen en Velden, verweerder.
1. Procesverloop
1.1. Op 28 oktober 2009 heeft verweerder het projectbesluit -als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro)- voor de realisatie van de Multifunctionele Accommodatie (verder: MFA) te Arcen vastgesteld.
1.2. Tegen dit besluit hebben verzoekers bij schrijven van 27 november 2009 een beroepschrift op grond van de Awb ingediend bij deze rechtbank. Tevens hebben verzoekers zich tot de rechtbank gewend met het verzoek ter zake een voorlopige voorziening te treffen ex artikel 8:81 van Pro de Awb.
1.3. Met toepassing van het bepaalde in artikel 8:26 lid 1 van Pro de Awb is de gemeente Arcen en Velden in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen.
1.4. De door verweerder ter uitvoering van artikel 8:83 van Pro de Awb ingezonden stukken zijn in afschrift aan verzoekers gezonden.
1.5. Het verzoek is behandeld ter zitting van 3 december 2009, waar verzoekster [naam verzoeker 2], mede namens verzoeker [naam verzoeker 1], in persoon is verschenen en waar verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door J.M.G. Vincken.
2. Overwegingen
2.1. Op 22 juli 2009 heeft verweerder kenbaar gemaakt dat hij voornemens is om een multifunctionele accommodatie te realiseren aan de zuidzijde van de kern Arcen, ten noorden van de Schans. Deze accommodatie zal ruimte bieden aan een school, kinderdagverblijf, bibliotheek, sporthal alsmede een gemeenschapshuis. De ontwikkeling van de MFA is op basis van het vigerende bestemmingsplan “Arcen Dorp 2005” niet mogelijk, zodat verweerder voornemens is een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10 van de Wro te nemen. Het ontwerp-projectbesluit heeft met ingang van 23 juli 2009 6 weken ter inzage gelegen.
2.1.1. Naar aanleiding van het ontwerp-projectbesluit hebben verzoekers een zienswijze ingediend.
2.1.2. Op 28 oktober 2009 heeft verweerder het projectbesluit -gewijzigd ten opzichte van het voornemen- vastgesteld. Tegen dit besluit hebben verzoekers (rechtstreeks) beroep ingesteld bij de rechtbank. Tevens hebben zij de voorzieningenrechter verzocht ter zake een voorlopige voorziening te treffen.
2.2. In artikel 8:81 van Pro de Awb is bepaald dat indien tegen een besluit beroep is ingesteld bij de rechtbank, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.2.1. De rechter concludeert dat aan de eerste twee in artikel 8:81 van Pro de Awb geformuleerde formele vereisten is voldaan nu verzoekster een beroepschrift heeft ingediend tegen het besluit ter zake waarvan de voorlopige voorziening wordt gevraagd en de rechtbank te Roermond bevoegd moet worden geacht om van de hoofdzaak kennis te nemen.
2.2.2. Ten aanzien van de onverwijlde spoed overweegt de rechter dat, zoals ter zitting toegelicht, de activiteiten niet op heel korte termijn zullen plaatsvinden, doch wel naar verwachting voordat de hoofdzaak ter zitting zal worden behandeld. Reden waarom de voorzieningenrechter een spoedeisend belang aanwezig acht.
2.2.3. De rechter ziet geen beletselen het verzoek om een voorlopige voorziening ten aanzien van dit besluit in behandeling te nemen.
2.2.4. De rechter overweegt ten aanzien van het toetsingskader dat, gelet op het bepaalde in artikel 46, zesde lid, van de Woningwet (Ww), de beoordeling van het bestreden besluit alleen betrekking kan hebben op niet-bouwvergunningplichtige activiteiten, zoals de aanleg van wegen, paden en parkeerplaatsen.
2.2.5. Door verzoekers is in hoofdzaak aangevoerd dat verweerder prematuur handelt, onder andere door de realisatie van parkeerplaatsen, nu er nog geen sprake is van een (onherroepelijk) verleende bouwvergunning voor het MFA.
2.2.6. De rechter overweegt dienaangaande dat deze parkeerplaatsen buiten de reikwijdte van het onderhavige projectbesluit vallen en dat ten aanzien van de planologische toelaatbaarheid reeds een herzieningsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden. Deze herziening is thans onherroepelijk.
2.2.7. De rechter overweegt voorts dat de overige aangevoerde beroepsgronden niet zien op de aanleg van wegen en paden en kunnen derhalve niet tot een vernietiging van dit deel van het projectbesluit leiden. Deze gronden kunnen -gelet op het bepaalde in artikel 46, zesde lid, van de Ww- enkel in een bezwaar- en beroepsprocedure (kamerstukken II, 2007/08, 31 295, nr.7, p. 33) ten aanzien van de bouwvergunning beoordeeld worden.
2.2.8. Tenslotte merkt de voorzieningenrechter nog op dat hetgeen mr. Schoneveld in de voorzieningenprocedure namens verzoekster [naam verzoeker 3] (procedurenummer 09/1564) naar voren heeft gebracht, alleen kan zien op de behartiging van de belangen van [naam verzoeker 3], waaruit volgt dat deze belangen niet als herhaald en ingelast kunnen worden beschouwd in de voorzieningenprocedure van verzoekers.
Mitsdien wordt als volgt beslist.
3. Beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Aldus gedaan door mr.drs. E.J. Govaers in tegenwoordigheid van mr. N.F.M. Beurskens-Roelofs als griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2009.
w.g. mr. N.F.M. Beurskens-Roelofs,
griffier w.g. mr.drs. E.J. Govaers,
voorzieningenrechter
Voor eensluidend afschrift:
de griffier,
verzonden op: 9 december 2009
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.