ECLI:NL:RBROE:2009:BK6632
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling met kind wegens strijd met zwaarwegende belangen kind
Verzoeker heeft een omgangsregeling gevraagd met het jongste kind uit een huwelijk waarvan de vader in 2001 is overleden. Verzoeker had een affectieve LAT-relatie met de moeder van de kinderen en was gedurende jaren nauw betrokken bij de verzorging en opvoeding, met name van het jongste kind dat hem als een vaderfiguur beschouwde. Na beëindiging van de relatie werd het contact door de moeder beperkt.
De moeder betwist de nauwe persoonlijke betrekking en stelt dat verzoeker nooit als partner of vader werd gezien, mede omdat verzoeker getrouwd was en de relatie geheim werd gehouden. Zij vreest dat omgang schadelijk is voor het kind en wijst op het belang van de eenheid van het gezin en de wensen van het kind.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker ontvankelijk is omdat er sprake is van family life zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Echter, omdat de moeder als gezaghebbende ouder het contact niet meer ondersteunt en het contact daardoor niet onbelast kan plaatsvinden, acht de rechtbank omgang niet in het belang van het kind en zelfs schadelijk.
De rechtbank wijst het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling af en beschermt daarmee het gezinsleven van de moeder en het kind.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met het jongste kind wordt afgewezen wegens strijd met de zwaarwegende belangen van het kind.