ECLI:NL:RBROE:2010:BL0515

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
20 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
W 1/2010
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:16 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter in bestuursrechtelijke zaken niet in behandeling genomen

In twee bestuursrechtelijke zaken tegen de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank hebben de verzoekers, vertegenwoordigd door de heer X, een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Z, de behandelend rechter. Dit verzoek werd op 17 september 2009 ingediend en aangevuld op 18 september 2009.

Op 2 november 2009 wees de wrakingskamer dit verzoek als ongegrond af. Vervolgens dienden de verzoekers op 18 januari 2010 een tweede wrakingsverzoek in tegen dezelfde rechter, zonder nieuwe feiten of omstandigheden aan te voeren.

De rechtbank oordeelde dat dit tweede verzoek als herhaling van het eerdere verzoek moest worden beschouwd en daarom niet in behandeling kon worden genomen. De beslissing werd op 20 januari 2010 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Roermond.

Uitkomst: Het tweede wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter wordt niet in behandeling genomen wegens gebrek aan nieuwe feiten.

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Zaaknummer: W 1/2010
B E S L I S S I N G
als bedoeld in artikel 8:16, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek tot wraking, ingediend door de heer X als gemachtigde van de heren Y en Q (verder ook aangeduid als de verzoekers).
1. De procedure
1.1. In de bestuursrechtelijke zaak van Y als eiser tegen de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank als verweerder (zaaknummer ) en in de bestuursrechtelijke zaak van Q als eiser tegen de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank als verweerder (zaaknummer ) hebben verzoekers bij ongedateerd verzoekschrift, ingediend op 17 september 2009 en aangevuld bij brief van 18 september 2009, de wraking verzocht van de rechter mr. Z.
1.2. Bij beslissing van de wrakingskamer van deze rechtbank van 2 november 2009 onder zaaknummer W 4/2009 is voormeld verzoek als ongegrond afgewezen.
1.3. Bij brief van 18 januari 2010 aan de rechtbank heeft de heer X namens de verzoekers aan de rechtbank bericht kennis te hebben genomen van het feit dat mr. Z de behandeling van de hiervoor genoemde bestuursrechtelijke zaken zal voortzetten, dat mr. [Z] niet het vertrouwen heeft van de verzoekers en dat de verzoekers verlangen dat de voortgezette behandeling van die zaken in handen wordt gegeven van een andere rechter.
2. De beoordeling van het verzoek
2.1. De wrakingskamer beschouwt de brief van 18 januari 2010 als een herhaald verzoek tot wraking van mr. Z. Het verzoek in die brief betreft een verzoek tot wraking van dezelfde rechter, door dezelfde partijen in dezelfde zaken als de hiervoor onder 1.1. genoemde zaken. In genoemde brief zijn geen feiten en omstandigheden voorgedragen die pas na het verzoek van 17/18 september 2009 aan de verzoekers bekend zijn geworden. Het wrakingsverzoek, ingediend bij brief van 18 januari 2010 dient dan ook niet in behandeling genomen te worden.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1. bepaalt dat het verzoek tot wraking van mr. Z, zoals gedaan bij brief van 18 januari 2010, niet in behandeling wordt genomen.
Deze beslissing is gegeven door mrs. P.J. Voncken, J.M.P. Drijkoningen, en C.M.W Nobis, bijgestaan door mr. L.G.H. Cox als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2010.