ECLI:NL:RBROE:2010:BL4276
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W.P. Letschert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boeteoplegging wegens strijd met standstillbepaling Aanvullend Protocol EEG/Turkije
Eiseres sloot een overeenkomst met een Turkse firma voor levering en plaatsing van speciale tegels in een moskee, waarbij Turkse werknemers werkzaamheden verrichtten zonder te beschikken over tewerkstellingsvergunningen. Verweerder legde een boete op op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Eiseres voerde aan dat op 1 januari 1973, de datum van inwerkingtreding van het Aanvullend Protocol EEG/Turkije, geen vergunningplicht bestond voor het verrichten van dergelijke diensten door Turkse dienstverleners, en dat het opleggen van een vergunningplicht een nieuwe beperking vormt die in strijd is met artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol.
De rechtbank oordeelde dat de vergunningplicht op grond van de Wav inderdaad een nieuwe beperking vormt ten opzichte van de situatie in 1973, omdat toen geen vergunningplicht bestond voor het verrichten van arbeid anders dan onder een arbeidsovereenkomst of een daarmee gelijkgestelde relatie. De rechtbank stelde vast dat verweerder dit niet had meegewogen bij de besluitvorming en dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat eiseres als feitelijk werkgever moest worden aangemerkt, ondanks dat de Turkse werknemers formeel bij de Turkse firma in dienst waren.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het beroep van eiseres gegrond verklaard en werd de boete opgelegd wegens het ontbreken van tewerkstellingsvergunningen onterecht bevonden.
Uitkomst: De boete wegens het ontbreken van tewerkstellingsvergunningen wordt vernietigd wegens strijd met de standstillbepaling van het Aanvullend Protocol EEG/Turkije.