ECLI:NL:RBROE:2010:BM2358
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing over proceskosten na intrekking verzoek wijziging kinderbijdrage
De man verzocht de rechtbank om de kinderbijdrage, vastgesteld bij uitspraak van 7 februari 2007, met ingang van 18 november 2009 op nihil te stellen. Hij stelde dat hij nooit draagkracht had voor de betaling en dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden, onder meer doordat hij zijn huis had verkocht en daardoor zijn financiële situatie was veranderd.
De vrouw betwistte het verzoek en concludeerde tot niet-ontvankelijkheid of afwijzing, met veroordeling van de man in de proceskosten. Tijdens de procedure trok de man zijn verzoek bij brief van 22 februari 2010 in. De vrouw wenste daarop een kostenveroordeling omdat zij meende dat de man haar onnodig in rechte had betrokken.
De rechtbank overwoog dat in familierechtelijke zaken niet te snel tot kostenveroordeling moet worden overgegaan vanwege de emotionele aard van de geschilpunten. Het verzoek van de man was niet kennelijk onrechtmatig of ongegrond en er was geen sprake van misbruik van procesrecht. Daarom was een kostenveroordeling niet op zijn plaats. De rechtbank compenseerde de proceskosten, zodat ieder zijn eigen kosten draagt, en verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn ingetrokken verzoek.
Uitkomst: Proceskosten worden gecompenseerd en de man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn ingetrokken verzoek tot wijziging van de kinderbijdrage.