ECLI:NL:RBROE:2010:BM3501
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning opgraving graf wegens motiveringsgebrek en belangenafweging
Eiseres, eigenaar en beheerder van een begraafplaats, maakte bezwaar tegen een door verweerder verleende vergunning aan de weduwe van een overledene voor het opgraven en verplaatsen van het stoffelijk overschot. De vergunning betrof het verplaatsen van het graf zodat het stoffelijk overschot midden tussen aanpalende graven zou komen te liggen, terwijl eiseres stelde dat het stoffelijk overschot recht onder de gedenksteen zou moeten blijven liggen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres als belanghebbende moet worden aangemerkt vanwege haar zakelijk recht en beheerstaak. De rechtbank stelde vast dat een vergunning op grond van de Wet op de lijkbezorging vereist is voor het opgraven van het stoffelijk overschot. Verweerder had bij zijn besluitvorming echter een belangrijk aspect buiten beschouwing gelaten: de mogelijkheid om de gedenksteen op de huidige plek van het stoffelijk overschot te plaatsen, waardoor het recht onder de steen zou blijven liggen.
Daarnaast vond de rechtbank dat het belang van de weduwe, gebaseerd op psychische en emotionele problemen, onvoldoende gewicht toekomt omdat verweerder niet deskundig is om op grond van eigen waarneming een standpunt over deze problematiek in te nemen. Hierdoor was de belangenafweging ondeugdelijk en ontbrak een juiste motivering. De rechtbank vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunning voor opgraving en herbegraving wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en ondeugdelijke belangenafweging.