ECLI:NL:RBROE:2010:BN1204
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning immateriële schadevergoeding wegens onterechte vrijheidsbeneming en reputatieschade
Verzoeker, die onterecht werd vastgehouden in verband met verdenking van betrokkenheid bij valkuilen in Helden, vroeg om een schadevergoeding van €100.000 wegens immateriële schade. De rechtbank oordeelde dat verzoeker aanzienlijke immateriële schade had geleden door langdurige vrijheidsbeneming, publieke verdenking en negatieve berichtgeving, mede veroorzaakt door een onjuiste publieke verklaring van de burgemeester.
De voorlopige hechtenis duurde van 19 augustus 2008 tot 27 november 2008, met een periode van beperkende maatregelen tot 3 oktober 2008. Ondanks het feit dat verzoeker vanaf het begin meewerkte aan het onderzoek, werd hij als verdachte behandeld en bleef de negatieve publiciteit voortduren, ook na zijn vrijlating.
De rechtbank stelde vast dat er een causaal verband bestaat tussen de inverzekeringstelling en de immateriële schade, waaronder bedreigingen, vernielingen en sociale uitsluiting. Hoewel verzoeker zelf ook publiciteit zocht, deed dit niet af aan de toekenning van een vergoeding.
De rechtbank wees het verzoek tot een vergoeding van €100.000 af, maar kende een bedrag van €22.500 toe, gebaseerd op standaardbedragen voor inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis, en hield rekening met de bijzondere omstandigheden van de zaak.
De uitbetaling van de vergoeding zal plaatsvinden via de griffier van de rechtbank op rekening van een stichting.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoeker een immateriële schadevergoeding van €22.500 toe wegens onterechte vrijheidsbeneming en reputatieschade.