ECLI:NL:RBROE:2010:BO6039
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.A.G. van Baal
- A.K. Kleine
- W.A.H.J. Poppeliers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak leraar ontucht wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs
De rechtbank Roermond behandelde een zaak tegen een leraar middelbaar onderwijs die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen jegens meerdere minderjarige leerlingen in de periode van september 2007 tot maart 2010. De officier van justitie stelde dat de verdachte door middel van psychische druk en zijn positie als docent de leerlingen had gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, waaronder het betasten van bedekte lichaamsdelen. De verdediging betwistte dit en stelde dat de handelingen niet als ontuchtig konden worden gekwalificeerd en dat er onvoldoende bewijs was.
Tijdens de terechtzitting erkende de verdachte dat hij zijn hand één keer iets te hoog op het bovenbeen van een leerling had gelegd, maar ontkende dat hij de vagina of schaamstreek had betast. De rechtbank oordeelde dat alleen het leggen van een hand op knie of bovenbeen en het masseren van de nek na toestemming wettig bewezen was, en dat deze handelingen niet ontuchtig waren. De overige beschuldigingen werden onvoldoende ondersteund door bewijs.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk omdat er geen veroordeling volgde. De rechtbank benadrukte dat hoewel de aanrakingen door de leerlingen als onaangenaam werden ervaren, dit niet leidde tot een kwalificatie als ontuchtige handelingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.