ECLI:NL:RBROE:2011:BP8005
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.A.G. van Baal
- E.A.M. van Oorschot
- P.E.M. Franssen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs bij beschuldiging seksueel binnendringen minderjarige
De rechtbank Roermond heeft op 15 februari 2011 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het seksueel binnendringen van een minderjarige van onder de twaalf jaar. De tenlastelegging betrof een incident dat plaatsvond rond 20 september 2009.
De bewijsvoering bestond uit verklaringen van de moeder van het slachtoffer, antropometrisch onderzoek en DNA-onderzoeken. De rechtbank oordeelde dat het antropometrisch onderzoek niet bruikbaar was vanwege te veel aannames en onzekerheden. DNA-onderzoeken toonden zwak aanwezige DNA-kenmerken op de penis van verdachte die niet van hem waren, maar het slachtoffer kon niet worden uitgesloten als donor. Er was geen speeksel aangetroffen, hetgeen verwacht zou worden bij de beweerde handeling.
De verdediging stelde alternatieve scenario’s voor waarbij het DNA op een onschuldige wijze bij verdachte terecht was gekomen. Het NFI bevestigde dat DNA-overdracht zowel direct als indirect kan plaatsvinden en dat het tijdstip en wijze van overdracht niet te bepalen zijn. Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van andere overtuigende bewijzen sprak de rechtbank verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor het ten laste gelegde seksueel binnendringen.