ECLI:NL:RBROE:2011:BP8791
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf wegens detentie in België
De rechtbank Roermond behandelde op 16 maart 2011 een vordering van de officier van justitie tot gehele tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf. De veroordeelde was veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De officier van justitie stelde dat de veroordeelde zich niet aan de voorwaarden van de proeftijd had gehouden en dat tenuitvoerlegging gerechtvaardigd was. De verdediging voerde aan dat de proeftijd niet liep tijdens de detentie van de veroordeelde in België en dat hij de afspraken met de reclassering keurig was nagekomen, behalve op 13 december 2010 vanwege zijn aanhouding in België.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 14b, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht de proeftijd niet loopt zolang de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen, ook als dit in het buitenland is. Omdat de veroordeelde van 8 december 2010 tot 3 maart 2011 in België gedetineerd zat, liep de proeftijd in die periode niet. Hierdoor was er geen sprake van overtreding van de bijzondere voorwaarden.
De rechtbank wees de vordering van de officier van justitie af en wees de veroordeelde erop dat hij na zijn vrijlating opnieuw afspraken met de reclassering moet maken omdat de proeftijd weer loopt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af omdat de proeftijd niet liep tijdens de detentie in België.