ECLI:NL:RBROE:2011:BQ0200
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot lijfsdwang bij niet-betaling kinderbijdrage na echtscheiding
De rechtbank Roermond behandelde een kort geding waarin de vrouw, na echtscheiding, vorderde dat de man zijn achterstallige kinderbijdragen zou voldoen. De echtscheiding werd uitgesproken in 2008, met een convenant waarin een maandelijkse kinderbijdrage was vastgesteld. Deze bijdrage werd in 2010 verhoogd. De vrouw stelde dat de man meer dan €10.000 aan achterstallige betalingen had en dat zij financieel afhankelijk was van deze bijdragen.
De man woonde in Duitsland en had de uitvoering van betaling via het LBIO laten overdragen aan de Duitse instantie, zonder resultaat. Hij gaf aan niet langer in staat te zijn de volledige bijdrage te betalen vanwege het wegvallen van Duitse kinderbijslag en een lagere WW-uitkering. De vrouw stelde dat de man onwillig was te betalen en dat hij zijn financiële draagkracht niet aannemelijk had gemaakt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de man onvoldoende bewijs had geleverd van zijn onvermogen en dat hij naar omstandigheden geacht moest worden te kunnen betalen. Gezien het belang van de vrouw en de kinderen en het ontbreken van andere effectieve dwangmiddelen, werd verlof verleend om de beschikking bij lijfsdwang ten uitvoer te leggen, met gijzeling voor maximaal zes maanden totdat de achterstallige alimentatie was voldaan. De man werd veroordeeld tot betaling binnen zeven dagen en tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Verlof verleend tot tenuitvoerlegging bij lijfsdwang met gijzeling maximaal zes maanden totdat alimentatie is voldaan.