ECLI:NL:RBROE:2011:BQ3814
Rechtbank Roermond
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens handelshoeveelheid hennep
Verzoekers wonen met hun kinderen in een woning waar politie een hennepkwekerij met een handelshoeveelheid softdrugs aantrof. De burgemeester legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een sluiting van één jaar op. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid hennep voldoende basis is voor toepassing van artikel 13b. De burgemeester was dus bevoegd tot sluiting. Echter, de rechter vond dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom de sluiting van een jaar zonder waarschuwing in dit concrete geval gerechtvaardigd was, mede gezien het reparatoire karakter van de maatregel en de belangen van verzoekers en hun kinderen.
De beleidsregels van de gemeente voorzien in een harde aanpak van drugshandel vanuit woningen, maar de rechter vond dat onverkorte toepassing daarvan in dit geval niet recht doet aan de situatie. De woning werd maatschappelijk gebruikt en stond niet bekend als drugsadres. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de gemeente veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar wegens onvoldoende motivering.