ECLI:NL:RBROE:2011:BR6540

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
31 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04/860457-11
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.H.M. Delnooz-Engels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 50 lid 1 Vreemdelingenwet 2000Art. 4.17a lid 1 onder c Vreemdelingenbesluit 2000Art. 231 SrArt. 225 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onrechtmatige aanhouding bij mobiele toezichtcontrole op vervalste documenten

Op 19 augustus 2011 werd verdachte aangehouden na een mobiele toezichtcontrole op de A67 bij Venlo, waarbij hij Bulgaarse documenten overhandigde die als gestolen en vervalst werden aangemerkt. De rechtbank onderzocht of de aanhouding rechtmatig was op grond van artikel 50 lid 1 Vreemdelingenwet Pro 2000 en artikel 4.17a lid 1 onder c Vreemdelingenbesluit 2000.

De rechtbank constateerde dat het proces-verbaal van de verbalisanten onvoldoende onderbouwing gaf voor de controle, zoals ontbrekende urenvermelding en gebrek aan informatie over de gebruikte ervaringsgegevens. Hierdoor was de controle niet conform de wettelijke vereisten en daarmee onrechtmatig.

Omdat de aanhouding volgde op deze onrechtmatige controle, werd ook de aanhouding als onrechtmatig beoordeeld. Het bewijs dat hieruit voortkwam, namelijk de vaststelling dat de documenten vervalst waren, werd uitgesloten. Zonder dit bewijs kon de schuld van verdachte niet wettig en overtuigend worden bewezen, waarna verdachte werd vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatige aanhouding en bewijsuitsluiting.

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
AANTEKENING MONDELING VONNIS
Sector : 13
Parketnummer : 04/860457-11
Volgnummer : 0010
Uitspraak van de politierechter mr. J.H.M. Delnooz-Engels van 31 augustus 2011, in de zaak tegen de verdachte
naam : [naam verdachte] [-]
voornamen : [voornamen]
geboren op : [geboortedatum]
Zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland
Thans gedetineerd in/bij: [adres]
Tegenspraak
OVERWEGINGEN
In deze zaak is aan de orde de kwestie van de al dan niet rechtmatige aanhouding van een verdachte in het kader van een mobiele toezichtcontrole als bedoeld in artikel 50 eerste Pro lid van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 4.17a lid 1 onder c van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De vaststaande feiten in de onderhavige zaak.
Op vrijdag 19 augustus 2011 wordt de auto waarin verdachte rijdt, een personenauto met Bulgaars kenteken, door verbalisanten van de KMar na het passeren door verdachte van de Duits-Nederlandse grens op de A67 in de gemeente Venlo, naar een controleplaats geleid.
Aldaar worden verdachte en zijn medepassagier staande gehouden ter vaststelling van hun identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie.
Verdachte overhandigt desgevraagd een Bulgaarse identiteitskaart en overhandigt vervolgens een Bulgaars rijbewijs. Omdat de verbalisanten twijfelen aan de echtheidskenmerken van beide documenten wordt het opsporingssysteem geraadpleegd waaruit blijkt dat beide documenten als gestolen staan gesignaleerd, aldus het proces-verbaal van de verbalisanten.
Verdachte is hierop aangehouden ter zake van overtreding van artikel 231 en Pro 225 van het Wetboek van Strafrecht.
Het Expertisecentrum Identiteitsfraude en Documenten van de KMar stelt vervolgens vast dat het bij beide documenten handelt om een vervalst document.
Verdachte heeft met betrekking tot beide documenten - kort gezegd - verklaard niets van de diefstal af te weten en evenmin dat het om vervalste documenten zou gaan en dat hij beide documenten drie jaar geleden bij de daartoe bevoegde Bulgaarse autoriteiten heeft verkregen.
De vraag die thans eerst moet worden beantwoord is of de aanhouding van verdachte rechtmatig is geweest en, indien die vraag ontkennend zou moeten worden beantwoord, welke gevolgen dit heeft voor het verkregen bewijs.
In haar beschikking van 18 augustus 2011 heeft de raadkamer voor strafzaken van deze rechtbank (LJN: BR5345, Rechtbank Roermond, 03-08-2011, 04/860432-11) een samenvatting gegeven van het juridische kader en de recente ontwikkelingen in de rechtspraak met betrekking tot het mobiele toezicht, naar welke beschikking ook voor onderhavige zaak wordt verwezen.
In bedoelde beschikking is aangegeven in welke factoren het ambtsedig proces-verbaal van de verbalisanten een onderbouwd inzicht moet geven. De rechtbank heeft daarbij tevens geoordeeld dat de enkele mededeling van de verbalisanten dat de controle werd uitgevoerd overeenkomstig het gestelde in artikel 4.17a Vb 2000 bij de huidige stand van zaken onvoldoende is.
In de onderhavige zaak is op 19 augustus 2011 een ambtsedig ‘proces-verbaal van bevindingen toezicht controle o.b.v. artikel 4.17a VB 2000’ opgemaakt door beide verbalisanten, waarin een aantal factoren zijn toegelicht.
Daarbij wordt het volgende opgemerkt:
In bedoeld proces-verbaal wordt onder punt 1 gerefereerd aan informatie en ervaringsgegevens over illegaal verblijf na grensoverschrijding.
Op geen enkele wijze wordt inzicht gegeven welke informatie en ervaringsgegevens worden bedoeld en op geen enkele wijze worden deze onderbouwd.
Verder worden onder punt 3 en 4, nog daargelaten de onvolledige urenvermelding onder punt 4, met betrekking tot de aldaar vermelde controle-uren geen nadere gegevens of onderbouwing, bijvoorbeeld in de vorm van roosters, verstrekt.
Gelet op deze onvolledigheden is de rechtbank van oordeel dat de in het dossier aanwezige stukken onvoldoende informatie bevatten omtrent de factoren zoals vermeld in de eerder genoemde beschikking van deze rechtbank van 18 augustus 2011, zodat op grond daarvan niet kan worden gesteld dat de controle heeft plaatsgevonden overeenkomstig het gestelde in artikel 4.17a, eerste lid, onder c van het Vb 2000. De controle is dan ook onrechtmatig.
De aanhouding van verdachte, volgend op de onrechtmatige controle, is daarom eveneens onrechtmatig.
De vraag die vervolgens aan de orde komt is wat de consequentie van de onrechtmatige aanhouding moet zijn.
Vast staat dat het bewijs tegen verdachte is verkregen als onmiddellijk gevolg van de onrechtmatige aanhouding. Het aldus verkregen bewijs moet daarom worden uitgesloten van de bewijsvoering. Nu er overigens geen bewijs voorhanden is waaruit de schuld van verdachte aan de hem tenlastegelegde feiten kan worden afgeleid, is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd en moet verdachte worden vrijgesproken.
BESLISSING:
T.a.v. feit 1, feit 2:
Vrijspraak
Onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomene, te weten:
11062222 1 1.00 STK Identiteitsbewijs
ID-KAART
ID kaart vasn Bulgarije, nr. [-]
11062222 2 1.00 STK Rijbewijs
-
Bulgaars rijbewijs
De politierechter,