ECLI:NL:RBROE:2012:BW4417
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren
Eiser ontving een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Verweerder trok deze voorziening in voor de periode 1 juni 2011 tot en met 30 september 2011 en vorderde een netto bedrag van €3.506,81 terug wegens onterecht ontvangen uitkering. Eiser maakte bezwaar tegen de terugvordering, met name over de maand september 2011, omdat hij stelde dat hij tijdig had aangegeven dat de uitkering stopgezet kon worden.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet had voldaan aan zijn inlichtingenplicht, omdat hij niet had aangegeven dat hij inkomsten had uit een dienstverband vanaf juni 2011. De vermelding op het rechtmatigheidsonderzoekformulier over augustus 2011 was onvoldoende om verweerder tijdig te informeren. De brutering van het terug te vorderen bedrag werd niet als besluit aangemerkt en het bezwaar daartegen was terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De verhoging van het terugvorderingsbedrag per 1 februari 2012 werd wel als een bijkomende beschikking gezien, maar verweerder had de brutering voor september 2011 achterwege gelaten, waarmee aan het bezwaar tegemoet was gekomen. De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van zijn terugvorderingsbevoegdheid en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de inkomensvoorziening over juni tot en met september 2011 wordt ongegrond verklaard.