ECLI:NL:RBROT:1998:AA3566
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen benoeming junior-juridisch medewerker
Verzoekster, sinds 1982 in dienst bij de gemeente Middelharnis en werkzaam in deeltijd, solliciteerde intern en extern naar de functie van junior-juridisch medewerker. Na interne afwijzing werd een andere kandidaat benoemd. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om de benoeming van de ander op te schorten.
De rechtbank beoordeelde of verzoekster als ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet kon worden aangemerkt en of zij bezwaar kon maken tegen het besluit. Gezien haar huidige werkzaamheden en het loopbaanperspectief achtte de rechtbank dit het geval. De rechtbank stelde dat het bezwaar slechts toelaatbaar is indien het besluit ook de weigering tot benoeming inhoudt.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij benoemingen en dat de weigering van verzoekster naar verwachting in rechte stand zal houden. Er waren voldoende aanwijzingen dat verzoekster niet over de vereiste communicatieve vaardigheden beschikte. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de benoeming van een andere kandidaat tot junior-juridisch medewerker wordt afgewezen.