ECLI:NL:RBROT:1999:1
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen correctie premieloon en boetenota’s sociale verzekeringen
Eiseres, exploitant van een scheepsreparatiebedrijf, maakte bezwaar tegen correctienota’s en boetenota’s van verweerder over de jaren 1990 tot en met 1992. Verweerder had premies nagevorderd en administratieve boetes opgelegd omdat bepaalde betalingen als premieplichtig loon werden aangemerkt. Eiseres voerde aan dat betalingen aan ingehuurde Poolse specialisten, steekpenningen en kasopnames geen loon vormden en dat de brutering onterecht was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor haar stellingen over de aard van de betalingen en dat verweerder terecht de betalingen als premieplichtig loon heeft aangemerkt. De rechtbank wees erop dat steekpenningen en kasopnames geen loon zijn, maar dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de anonieme betalingen daartoe behoorden. Ook de onkostenvergoeding werd niet onderbouwd met bewijs.
Verder werd het bezwaar tegen de brutering verworpen omdat eiseres pas in beroep hiermee kwam en zij zelf nettoloonafspraken had gemaakt met werknemers, waardoor brutering volgens vaste jurisprudentie was toegestaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de correcties van premielonen en opgelegde boetes wordt ongegrond verklaard.