ECLI:NL:RBROT:1999:AA3587
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot opheffing schorsing vergunning voor wijziging en gedeeltelijke sloop monumentaal pand Westersingel 83 Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 21 december 1998 een vergunning aan architecten voor het wijzigen en gedeeltelijk slopen van het pand Westersingel 83, dat onderdeel is van een dubbelvilla en eigendom is van de gemeente. Eiseres, huurster van een deel van het pand, maakte bezwaar tegen deze vergunning en verzocht de staatssecretaris het pand aan te wijzen als beschermd monument, wat werd afgewezen. Het college handhaafde de vergunning in gewijzigde vorm en verklaarde het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbende was.
Eiseres stelde dat zij als huurster een direct belang had bij het besluit, maar de president oordeelde dat haar belang niet rechtstreeks betrokken is omdat de gevolgen via de huurovereenkomst lopen. Ook het belang bij behoud van het pand als monument werd als een belang van bovenindividuele aard beoordeeld, niet als een persoonlijk belang. Het verzoek om opheffing van de schorsing van de vergunning werd toegewezen omdat het college als vergunninghouder onevenredig nadeel lijdt door vertraging, met financiële en culturele consequenties.
De president concludeerde dat het verzoek om opheffing van de schorsing terecht is en dat het bezwaar van eiseres niet ontvankelijk is, waardoor het bestreden besluit en de vergunning in beroep in stand kunnen blijven. Een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar van eiseres was daarom niet aan de orde.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de schorsing van de vergunning wordt toegewezen en het bezwaar van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard.