ECLI:NL:RBROT:1999:AA3622
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G.M. Simons
- C.W.J. Schoor
- A.S.I. van Delden-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen vergunning rondvluchten wegens termijnoverschrijding
De minister van Verkeer en Waterstaat verleende op 27 februari 1997 een vergunning aan Tulip Air B.V. voor het uitvoeren van rondvluchten vanaf Rotterdam. De vereniging Bewonersgroep Tegen Vliegtuigoverlast maakte op 9 mei 1997 bezwaar tegen dit besluit, nadat de bezwaarperiode van zes weken was verstreken. De minister verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna beroep werd ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of het bezwaar terecht ontvankelijk werd verklaard ondanks de overschrijding van de termijn. De bezwaarperiode begon op 28 februari 1997 en eindigde op 10 april 1997. De eiseres werd echter pas door publicatie in de Staatscourant van 27 maart 1997 op de hoogte gebracht. De rechtbank oordeelde dat de termijn niet op basis van de publicatie mocht worden berekend, omdat bekendmaking en publicatie duidelijk waren onderscheiden.
Volgens vaste jurisprudentie kan van belanghebbenden die na het verstrijken van de termijn op de hoogte raken, in beginsel worden verwacht binnen twee weken bezwaar te maken. In dit geval was de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk. Tevens werden proceskosten aan de eiseres toegekend.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de vergunning werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.