ECLI:NL:RBROT:1999:AA3679
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake digitale doorgifte programma's Canal+ via kabelnetwerk
Verzoekster, aanbieder van een omroepnetwerk, heeft bezwaar gemaakt tegen bindende aanwijzingen van verweerder (OPTA) die haar verplichten vanaf 15 september 1999 digitale doorgifte van Canal+ programma's mogelijk te maken. Canal+ is aanbieder van de programma's en vordert lagere doorgiftetarieven en digitale doorgifte.
De president van de rechtbank Rotterdam oordeelt dat de bindende aanwijzing een besluit in de zin van de Awb is en dat verweerder bevoegd was deze aanwijzing te geven. De technische bezwaren van verzoekster worden onvoldoende onderbouwd geacht en het belang van Canal+ bij digitale doorgifte wordt erkend. Verzoekster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat digitale doorgifte op korte termijn technisch onmogelijk is.
De uitbreiding van het verzoek om voorlopige voorziening ter zitting wordt afgewezen wegens strijd met goede procesorde. De belangenafweging en het beginsel van hoor en wederhoor zijn naar het oordeel van de president voldoende in acht genomen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar in de beslissing op bezwaar zal rekening worden gehouden met een redelijke periode tussen tariefbeslissing en daadwerkelijke digitale doorgifte.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de bindende aanwijzing blijft van kracht.