ECLI:NL:RBROT:1999:AA4200
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergunning geneesmiddelenvoorziening wegens onjuiste afstandstoepassing
Eisers maakten bezwaar tegen een vergunningverlening ex artikel 6, vijfde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, waarbij een apotheekhoudend arts toestemming kreeg geneesmiddelen te bereiden en af te leveren aan patiënten in een bepaald gebied. De vergunning werd verleend door verweerder, die afstandscriteria hanteerde om te beoordelen of de geneesmiddelenvoorziening voldoende was gewaarborgd.
De kern van het geschil betrof de vraag of de afstand moest worden gemeten vanaf de apotheek tot de dichtstbijzijnde woning in de aaneengesloten bebouwing van het gebied, of tot de woning van de dichtstbijzijnde feitelijke patiënt. Verweerder had de afstand tot de patiënt als maatgevend beschouwd, terwijl eisers stelden dat de afstand tot de eerste woning beslissend moest zijn.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder niet voldoende was gemotiveerd en dat het onjuist was om de afstand tot de feitelijke patiënt doorslaggevend te maken. De beoordeling moet uitgaan van de afstand tot de woning van een potentiële patiënt, omdat het gaat om het gehele gebied en niet om individuele patiënten. Hierdoor was het besluit niet draagkrachtig gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen tien weken een nieuwe beslissing moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden de proceskosten aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd vanwege onjuiste toepassing van afstandscriteria en verweerder moet een nieuwe beslissing nemen.