ECLI:NL:RBROT:1999:AA4701
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening inzake kapvergunning bomen in Rotterdam
De zaak betreft een geschil over kapvergunningen verleend door het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek aan de directeur Gemeentewerken Rotterdam voor het rooien van in totaal 54 bomen in verband met aanleg van moestuinen en bodemsanering.
Verzoekster, Natuur- en vogelwacht Rotta, een vereniging met als doel het bevorderen van flora- en faunabeheer in een omliggend werkgebied, stelde zich op het standpunt belanghebbende te zijn en maakte bezwaar tegen de vergunningen. Het bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard, waarna verzoekster beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening vroeg.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster niet rechtstreeks in haar belang is getroffen, omdat het gebied waar de bomen gekapt worden buiten haar statutaire werkgebied ligt en verweerder een herplantplicht heeft opgelegd. Er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het kappen van de bomen negatieve effecten zal hebben op het werkgebied van verzoekster.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak is gedaan door de president van de rechtbank Rotterdam op 15 juni 1999.
Uitkomst: Het beroep van Natuur- en vogelwacht Rotta wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.