ECLI:NL:RBROT:1999:AA4702
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen negatief examenbesluit van de Academie van Bouwkunst
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het negatieve oordeel van de examencommissie van de Academie van Bouwkunst over het tentamen 3 dat hij op 14 februari 1997 heeft afgelegd. Na een eerdere afwijzing van het beroep door het college van beroep voor de examens, heeft eiser het geschil aan de rechtbank voorgelegd.
De rechtbank heeft eerst vastgesteld dat zij bevoegd is kennis te nemen van het beroep en dat het bestreden besluit niet is uitgezonderd van beroep op grond van artikel 8:4 Awb Pro. Vervolgens heeft de rechtbank de inhoudelijke grieven van eiser beoordeeld, waaronder het niet serieus beproeven van een minnelijke schikking, de samenstelling van de examencommissie, onjuistheden in het bestreden besluit en het ontbreken van individuele begeleiding.
De rechtbank oordeelt dat de examencommissie slechts een inspanningsverplichting had om een schikking te onderzoeken, welke voldoende is nagekomen. De samenstelling van de examencommissie was niet in strijd met regelgeving en eiser is niet benadeeld door de samenstelling. De onjuistheid in de aanduiding van het verwerend orgaan was een kennelijke misslag zonder nadeel voor eiser. De geboden groepsbegeleiding was adequaat en er waren voldoende signalen dat eiser mogelijk zou zakken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 29 juni 1999.
Uitkomst: Het beroep tegen het negatieve examenbesluit is ongegrond verklaard.