ECLI:NL:RBROT:1999:AA4704
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.E. Doolaard
- E.I. van den Bos-Boomsma
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid en immateriële schade wegens toekomstige asbestblootstelling ambtenaren RET
Eisers, voormalige elektromonteurs bij de RET, vorderden erkenning van aansprakelijkheid en vergoeding van immateriële schade vanwege blootstelling aan asbest tijdens hun werkzaamheden tussen 1964 en de jaren tachtig. De gemeente Rotterdam wees deze verzoeken af en handhaafde dit besluit na bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van aantoonbare immateriële schade, aangezien angst voor toekomstige asbestziekten onvoldoende is om psychisch letsel als bedoeld in artikel 6:106 BW Pro aan te nemen. Tevens werd geoordeeld dat de gemeente niet verplicht is nu al aansprakelijkheid te erkennen voor nog niet ingetreden schade, mede gezien het discretionaire karakter van de bevoegdheid en het vaste beleid.
Verder werd vastgesteld dat de toezegging van de gemeente om zich niet op verjaring te beroepen afdwingbaar is. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op de rapportage over arbeidsomstandigheden, omdat deze na het bestreden besluit was verstrekt.
Uiteindelijk werd het beroep van eisers afgewezen en het bestreden besluit gehandhaafd, zonder toewijzing van vergoeding of erkenning van aansprakelijkheid.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt afgewezen en het besluit van de gemeente Rotterdam gehandhaafd.