ECLI:NL:RBROT:1999:AA5352
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake openbaarmaking documenten gemeente Rotterdam
Verzoekers hebben op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) informatie opgevraagd over het gebruik van creditcards en declaraties van voormalige burgemeester, wethouders en ambtenaren van de gemeente Rotterdam over een periode van meerdere jaren. Verweerder heeft deze verzoeken deels ingewilligd maar ook deels afgewezen met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder d, e en g van de WOB, vanwege belangen van inspectie, controle en toezicht, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige benadeling.
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt en vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om binnen 48 uur de gevraagde documenten te ontvangen. De rechtbank heeft tijdens de zitting vastgesteld dat het geschil vooral gaat over het moment van verstrekking van de informatie, niet over de weigering zelf. De rechtbank oordeelt dat het belang van de COR bij een ongestoord onderzoek zwaarder weegt dan het spoedeisende belang van verzoekers bij onmiddellijke openbaarmaking.
De rechtbank merkt op dat de gevraagde informatie betrekking heeft op een in tijd beperkte periode en dat het verzoek niet onbegrensd is, maar dat de omvang en het lopende onderzoek rechtvaardigen dat de verstrekking wordt uitgesteld tot na publicatie van het COR-rapport. Er is onvoldoende spoedeisend belang om een voorlopige voorziening toe te wijzen. De rechtbank wijst het verzoek af en verwacht dat verweerder na publicatie van het rapport spoedig zal beslissen over de verzoeken om informatie.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot onmiddellijke openbaarmaking van documenten wordt afgewezen vanwege het lopende onderzoek van de COR.