ECLI:NL:RBROT:1999:AF0411
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Buchner
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens ontbreken minnelijke regeling
Verzoeker heeft op 4 mei 1999 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Bij het verzoek ontbraken gegevens over inkomsten, vaste lasten en schuldvorderingen. Verzoeker gaf aan dat hij geen poging had gedaan tot een minnelijke regeling, mede op advies van een kennis of medewerker van Modus Vivendi, wat de rechtbank niet geloofwaardig achtte.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker het minnelijk traject voortijdig en zonder redelijke grond heeft beëindigd, waardoor niet is gebleken dat er geen reële mogelijkheden zijn tot buitengerechtelijke schuldsanering. Aangezien de wet vereist dat deze mogelijkheden eerst worden onderzocht en beproefd, en verzoeker hieraan niet heeft meegewerkt, is het verzoek niet toewijsbaar.
Daarnaast wekte de houding en het gedrag van verzoeker, waaronder het ontbreken van een volledige verklaring en tegenstrijdige verklaringen, de vrees dat hij zijn verplichtingen tijdens de schuldsaneringsregeling niet zal nakomen. Daarom wees de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen wegens het ontbreken van een redelijke poging tot minnelijke regeling en onvoldoende medewerking.