ECLI:NL:RBROT:2000:AA4046
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Dooren
- Klein Wolterink
- Overbosch
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het dragen van een vuurwapen in de openbare ruimte in Rotterdam
Op 4 januari 2000 heeft de Rechtbank Rotterdam verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden wegens het dragen van een vuurwapen in de openbare ruimte in de Millinxbuurt te Rotterdam. Verdachte werd gefouilleerd tijdens een politieactie waarbij iedereen die het gebied betrad of verliet werd gefouilleerd.
De officier van justitie beriep zich op artikel 52, tweede lid, van de Wet wapens en munitie (WWM) als juridische grondslag voor de fouillering, vanwege het hoge aantal geweldsincidenten in de buurt. De verdediging stelde dat de fouillering onrechtmatig was omdat verdachte geen toestemming had gegeven. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte wel toestemming had verleend, zoals bevestigd door de hoofdagent, waardoor de fouillering rechtmatig was.
De rechtbank vond dat het enkele feit van geweldsincidenten in de buurt niet volstond om iedereen zonder meer als verdachte aan te merken. Omdat verdachte toestemming gaf, kon het aangetroffen vuurwapen als bewijs worden gebruikt. Verdachte werd veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, gelet op de ernst van het feit en het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens het dragen van een vuurwapen in de openbare ruimte.