ECLI:NL:RBROT:2000:AA4047
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Dooren
- Klein Wolterink
- Overbosch
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende concrete aanwijzingen voor wapenvondst in Millinxbuurt
Op 25 november 1999 gaf de hoofdofficier van justitie een last op grond van artikel 51, tweede lid, van de Wet wapens en munitie (WWM) om vervoermiddelen in de Millinxbuurt te onderzoeken vanwege een hoge concentratie van wapengebruik en geweldsincidenten in dat gebied. Verdachte werd onderzocht in zijn auto, maar er waren geen concrete aanwijzingen dat hij betrokken was bij een strafbaar feit met wapens.
De officier van justitie eiste een geldboete van 400 gulden, omgezet in acht dagen hechtenis bij niet-betaling. De rechtbank oordeelde echter dat de algemene last onvoldoende concreet was en dat het onderzoek van de auto zonder toestemming van de bestuurder onrechtmatig was. Omdat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen, sprak de rechtbank verdachte vrij.
De uitspraak benadrukt het belang van concrete aanwijzingen voor het toepassen van onderzoeksbevoegdheden onder de WWM en bevestigt dat algemene veiligheidsmaatregelen niet zonder meer rechtvaardigen dat willekeurige voertuigen worden onderzocht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en onrechtmatige bewijsgaring.