ECLI:NL:RBROT:2000:AA4880
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Silvis
- P.F.G.T. Hofmeijer
- F.A.M. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bevel tot eerste verlenging voorlopige hechtenis verdachte in strafzaak
Op 18 februari 2000 heeft de rechtbank Rotterdam besloten tot de eerste verlenging van de voorlopige hechtenis van verdachte. Dit besluit volgt op het eerdere bevel tot gevangenhouding van 21 januari 2000. De rechtbank heeft de gronden en bezwaren die aan het oorspronkelijke bevel ten grondslag lagen opnieuw onderzocht en vastgesteld dat deze nog steeds bestaan, met uitzondering van de onderzoeksgrond die vervalt.
De officier van justitie heeft de vordering tot verlenging ingediend, terwijl verdachte schriftelijk heeft verklaard niet op de vordering te wensen te worden gehoord. De rechtbank heeft op basis van de artikelen 65, 66, 67, 67a, 78 en 80 van het Wetboek van Strafvordering besloten de voorlopige hechtenis met dertig dagen te verlengen.
De voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring. Het bevel is in raadkamer uitgesproken door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van de griffier. Dit besluit geldt in essentie voor alle verdachten in deze zaak.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt met dertig dagen verlengd.