ECLI:NL:RBROT:2000:AA4880

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 februari 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
10/04005-00
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 78 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot eerste verlenging voorlopige hechtenis verdachte in strafzaak

Op 18 februari 2000 heeft de rechtbank Rotterdam besloten tot de eerste verlenging van de voorlopige hechtenis van verdachte. Dit besluit volgt op het eerdere bevel tot gevangenhouding van 21 januari 2000. De rechtbank heeft de gronden en bezwaren die aan het oorspronkelijke bevel ten grondslag lagen opnieuw onderzocht en vastgesteld dat deze nog steeds bestaan, met uitzondering van de onderzoeksgrond die vervalt.

De officier van justitie heeft de vordering tot verlenging ingediend, terwijl verdachte schriftelijk heeft verklaard niet op de vordering te wensen te worden gehoord. De rechtbank heeft op basis van de artikelen 65, 66, 67, 67a, 78 en 80 van het Wetboek van Strafvordering besloten de voorlopige hechtenis met dertig dagen te verlengen.

De voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring. Het bevel is in raadkamer uitgesproken door de voorzitter en twee rechters, in aanwezigheid van de griffier. Dit besluit geldt in essentie voor alle verdachten in deze zaak.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt met dertig dagen verlengd.

Uitspraak

ONDERSTAANDE BESCHIKKING IS IN ESSENTIE GELIJKLUIDEND VOOR ALLE VERDACHTEN IN DEZE ZAAK
Arrondissementsrechtbank te Rotterdam
BEVEL EERSTE VERLENGING GEVANGENHOUDING
Parketnummer: 10/04005-00
De arrondissementsrechtbank te Rotterdam, Raadkamer;
Gezien de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement van 18 februari 2000 strekkende tot verlenging van de gevangenhouding van:
Verdachte X.
geboren op: xxxxxx
thans gedetineerd: Penitentiaire inrichting ………
Gelet op het tegen de verdachte verleende bevel tot gevangenhouding van 21 januari 2000;
Gehoord de officier van justitie;
Gezien de schriftelijke verklaring van verdachte dat deze niet op de vordering wenst te worden gehoord;
Overwegende, dat de rechtbank na onderzoek is gebleken dat de verdenking, bezwaren en gronden, die tot het bevel tot gevangenhouding van verdachte hebben geleid ook thans nog bestaan, met dien verstande dat de onderzoeksgrond vervalt;
Overwegende, dat het bestaan van deze gronden blijkt uit de in dat bevel vermelde omstandigheden;
Gezien de artikelen 65, 66, 67, 67a, 78 en 80 van het Wetboek van strafvordering;
VERLENGT de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte voor een termijn van DERTIG dagen en bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring;
Aldus gedaan in raadkamer op 18 februari 2000 door
mr. J. Silvis, voorzitter,
mrs. P.F.G.T. Hofmeijer en F.A.M. Bakker, rechters,
in tegenwoordigheid van E. Koolmees, griffier.