ECLI:NL:RBROT:2000:AA5069
Rechtbank Rotterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor niet tonen van reis- en identiteitspapieren bij binnenkomst Nederland
Op 17 december 1993 werd verdachte bij binnenkomst op Rotterdam-Luchthaven door een marechausseeambtenaar verzocht zijn paspoort te tonen en overhandigen, wat hij weigerde. Hij bezit de Nederlandse nationaliteit maar maakte deze niet aannemelijk.
De rechtbank stelde vast dat verdachte de wettelijke verplichting uit artikel 25 van Pro het Vreemdelingenbesluit heeft overtreden. Verdachte voerde aan dat het vrije verkeer van personen binnen de EU, zoals vastgelegd in het EG-Verdrag en het Schengenakkoord, hem vrijstelde van deze verplichting. De rechtbank oordeelde echter dat deze bepalingen zich niet verzetten tegen de nationale verplichting tot paspoortcontrole bij binnengrenzen.
Het Hof van Justitie bevestigde dat lidstaten onder strafbedreiging mogen eisen dat personen hun nationaliteit aannemelijk maken bij binnenkomst, mits de strafbedreiging proportioneel is. De rechtbank wees het verweer van verdachte af en veroordeelde hem tot een geldboete van 65 gulden, te vervangen door 1 dag hechtenis bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 65 gulden, te vervangen door 1 dag hechtenis bij niet-betaling.