ECLI:NL:RBROT:2000:AA5186
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.E. Doolaard
- E.I. van den Bos-Boomsma
- M.J.L. Lamers-Wilbers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over wachtgeld/VUT-garantie wegens onbevoegdheid verweerder
Eiser, een gewezen ambtenaar van de Koninklijke Luchtmacht, kreeg per 1 februari 1995 eervol ontslag onder de voorwaarden van het Sociaal Beleidskader Defensie (SBK), waaronder een garantie tegen inkomensachteruitgang door wijzigingen in de VUT-regeling. Na een wijziging in de VUT-regeling die volgens eiser tot inkomensverlies zou leiden, verzocht hij de verweerder om bevestiging dat de garanties uit het SBK zouden worden nagekomen. Verweerder stelde dat aan de wachtgeld/VUT-garantie was voldaan en wees het verzoek af.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna verweerder op 14 januari 1998 bevestigde dat de garanties geen betrekking hadden op de door eiser verwachte inkomensachteruitgang. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank oordeelde dat het besluit van verweerder als een beslissing op bezwaar moet worden aangemerkt, maar dat verweerder niet bevoegd was om op het verzoek van eiser te beslissen. De rechtbank stelde vast dat de bevoegdheid om te beslissen op grond van artikel 88 BARD Pro uitsluitend bij de Minister ligt en niet bij verweerder.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer bestuursrechtelijke zaken op 18 januari 2000.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van verweerder wordt vernietigd wegens onbevoegdheid.