ECLI:NL:RBROT:2000:AA5891
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij aanvraag bijstand vreemdeling met rechtmatig verblijf
Verzoeker, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een aanvullende bijstandsuitkering op zijn WW-uitkering, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam was afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening omdat hij financieel niet kon rondkomen zolang het bezwaar nog niet was beslist.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Koppelingswet vreemdelingen alleen aanspraak kunnen maken op bijstand indien zij rechtmatig in Nederland verblijven. Verzoeker verbleef rechtmatig omdat hij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van de tijdelijke witte illegalenregeling in Nederland mocht afwachten. De president oordeelde dat in deze situatie geen redelijk en objectief gerechtvaardigde ongelijke behandeling meer bestond en dat verzoeker gelijkgesteld moest worden met een Nederlander voor de toepassing van de Algemene bijstandswet.
De rechtbank besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen, zodat verweerder voorschotten op de bijstandsuitkering aan verzoeker moest betalen gedurende de bezwaarprocedure. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoeker krijgt voorschotten op bijstand gedurende bezwaarprocedure.