ECLI:NL:RBROT:2000:AA6294
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Nunnikhoven
- Hesselink
- Geerdes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens overschrijding redelijke termijn en veroordeling voor ontucht door arts jegens patiënte
De rechtbank Rotterdam behandelde op 23 juni 2000 de zaak tegen een verdachte arts die werd beschuldigd van ontucht met een patiënte. De tenlastelegging betrof seksuele handelingen gepleegd in de context van een arts-patiëntrelatie tussen juni en augustus 1997. De officier van justitie eiste negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
De verdediging voerde aan dat de vervolging niet binnen de redelijke termijn van artikel 6 lid 1 EVRM Pro had plaatsgevonden, waardoor de officier van justitie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. De rechtbank oordeelde dat de termijn inderdaad was overschreden, maar dat dit niet tot niet-ontvankelijkheid leidde vanwege het belang van normhandhaving. Wel werd deze overschrijding meegenomen in de strafmaat.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan seksuele handelingen met de patiënte, waarbij sprake was van afhankelijkheid en misbruik van vertrouwen. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en 100 uur onbetaalde arbeid ter vervanging van twee maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De straf weerspiegelt de ernst van het delict en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf waarvan twee maanden voorwaardelijk en 100 uur onbetaalde arbeid wegens ontucht binnen arts-patiëntrelatie.