ECLI:NL:RBROT:2000:AA7314
Rechtbank Rotterdam
- Mondelinge uitspraak
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder dwangsom wegens onvoldoende rechtszekerheid bij CarrierPreSelectie KPN
De rechtbank Rotterdam behandelde op 28 juli 2000 het verzoek van KPN Telecom B.V. om een voorlopige voorziening tegen een last onder dwangsom opgelegd door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA). De last verplicht KPN een adequate aanmeldingsprocedure te bieden voor de dienst CarrierPreSelectie (CPS), die het mogelijk moet maken dat KPN-klanten via voorkeuzeselectie kunnen overstappen naar andere aanbieders.
KPN erkende dat de CPS-dienst niet vlekkeloos functioneert, maar betwistte dat zij de wettelijke norm had overtreden en stelde dat de last onvoldoende duidelijkheid bood over wat onder 'adequaat', 'daadwerkelijk gebruik maken' en 'overleg met marktpartijen' moet worden verstaan. De rechtbank oordeelde dat de norm waaraan het verbeuren van de dwangsom wordt getoetst helder en duidelijk moet zijn, wat hier niet het geval was.
De rechtbank merkte op dat de keuze van OPTA om absolute aantallen te hanteren in plaats van percentages onvoldoende gemotiveerd was en dat de last onduidelijkheid bevatte over de te nemen maatregelen en de meetcriteria. Daarom werd de last geschorst tot zes weken na de beslissing op het bezwaar van KPN. Tevens werd OPTA veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De last onder dwangsom aan KPN wordt geschorst wegens onvoldoende rechtszekerheid over de norm en inhoud van de last.