ECLI:NL:RBROT:2000:AA7319
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Riphagen
- R. Kruisdijk
- M.J.L. Lamers-Wilbers
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op kinderbijslag en terugvordering wegens onjuiste documenten
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiser tegen de Sociale Verzekeringsbank inzake het besluit tot beëindiging van het recht op kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal 1990 en de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen over de periode tot en met het derde kwartaal 1994.
Verweerder stelde op grond van onderzoek in Pakistan vast dat de door eiser overgelegde geboorte- en huwelijksakten frauduleus waren en dat de kinderen niet zijn aan te merken als eigen, aangehuwd of pleegkinderen. Eiser voerde onder meer aan dat het niet verstrekken van het vertrouwensrapport in strijd was met artikel 6 EVRM Pro en artikel 14 IVBPR Pro en betwistte de juistheid van de rapportages.
De rechtbank oordeelde dat artikel 8:29 Awb Pro niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro en dat het belang van privacybescherming en bronbescherming in evenwicht is gebracht. De rechtbank achtte de onderzoeken betrouwbaar en concludeerde dat het recht op kinderbijslag niet bestond. De terugvordering en verrekening werden als rechtmatig en zorgvuldig beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder mocht de terugvordering handhaven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van kinderbijslag en terugvordering werd ongegrond verklaard.