ECLI:NL:RBROT:2000:AA7326
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Vermindering maatregel wegens termijnoverschrijding bij late WAO-aanvraag
Eiser diende zijn aanvraag voor een WAO-uitkering te laat in, namelijk op 13 mei 1999, terwijl dit uiterlijk 9 oktober 1998 had moeten gebeuren. Verweerder legde een maatregel op van 20% korting over een periode van 216 dagen, van 9 januari 1999 tot 13 augustus 1999. De rechtbank oordeelde dat de eerste dag van arbeidsongeschiktheid 9 januari 1998 was en dat de termijnoverschrijding 216 dagen bedroeg, inclusief vijf feestdagen waarop het kantoor van de uitvoeringsinstantie gesloten was.
Volgens artikel 3.3.a van het Maatregelenbesluit Tica moeten deze dagen buiten beschouwing worden gelaten bij de berekening van de duur van de maatregel. Daarom had de maatregel slechts over 211 dagen mogen worden opgelegd. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover de maatregel over meer dan 211 dagen was opgelegd.
Eiser stelde dat hem geen verwijt treft wegens onvoldoende informatie van werkgever en uitvoeringsinstantie, maar de rechtbank vond dat eiser zelf verantwoordelijk is voor tijdige aanvraag. Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing, maar kende wel wettelijke rente toe over de vijf ten onrechte meegerekende dagen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De maatregel is beperkt tot 211 dagen met 20% korting en verweerder wordt veroordeeld in proceskosten en wettelijke rente.