ECLI:NL:RBROT:2000:AA7327
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.D.G.J. Dop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten over nieuw recht op WW-uitkering wegens ontbreken aanvraag
Eiser ontving vanaf 7 oktober 1996 een WW-uitkering en vulde werkbriefjes in die verband hielden met zijn recht op uitkering. Verweerder stelde per 14 juli 1997 ambtshalve een nieuw recht op WW vast zonder dat eiser een aanvraag had ingediend op het daarvoor bestemde formulier. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen een later besluit waarbij verweerder stelde dat er sprake was van herleving van het recht uit juli 1997 in plaats van een nieuw recht per november 1997.
De rechtbank oordeelde dat het door eiser ingevulde werkbriefje niet als een aanvraag kan worden aangemerkt, omdat artikel 22 van Pro de WW vereist dat een aanvraag wordt ingediend op een door verweerder beschikbaar gesteld formulier. Het ambtshalve vaststellen van een nieuw recht zonder een dergelijke aanvraag is in strijd met de wet. Hierdoor zijn zowel het besluit van 28 augustus 1997 als het besluit van 1 december 1997 vernietigbaar.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde beide besluiten. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. De uitspraak benadrukt het belang van de formele aanvraagplicht voor het ontstaan van een recht op WW-uitkering.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten omdat verweerder zonder formele aanvraag een nieuw recht op WW-uitkering heeft vastgesteld.