ECLI:NL:RBROT:2000:AA7886
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen brieven en notitie over dakgrindreinigingsresidu onder de Wet belastingen op milieugrondslag
Eiseres, actief in reiniging en recycling van dakgrind, ontving brieven en een notitie van de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van VROM over de kwalificatie van dakgrindreinigingsresidu onder de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). Eiseres maakte bezwaar tegen deze stukken, die door verweerders als niet-besluiten werden aangemerkt en daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de brieven en de notitie geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat zij geen rechtsgevolgen inhouden en niet gericht zijn op het vaststellen van rechten of verplichtingen. De notitie werd bovendien als beleidsregel aangemerkt, waartegen geen beroep openstaat volgens artikel 8:2 Awb Pro.
Het beroep van eiseres faalde ook omdat verweerders niet bevoegd zijn tot het geven van rechtsoordelen op grond van de Wbm. De rechtbank bevestigde de eerdere uitspraak van de president inzake het verzoek om voorlopige voorziening en verklaarde de beroepen ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen de niet-ontvankelijkheidsbesluiten ongegrond omdat de brieven en notitie geen besluiten in de zin van de Awb zijn.